Psalm 84 - Heimwee naar Gods Huis

Preek gehouden in Heemse, 14 januari 2024

Tekst: Psalm 84

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Heimwee. Je kunt het soms zomaar hebben.

Je gaat logeren bij een vriendje, maar ’s nachts verlang je naar huis.

De kamer is vreemd, het bed is vreemd, je mist je moeder, je vader is ver weg.

Kon je maar gewoon thuis zijn, in je eigen vertrouwde omgeving.

Daar waar het goed en veilig is, waar je bekend bent.

Of je bent op vakantie en opeens vliegt het je aan:

Die vreemde omgeving, andere mensen, harde matras.

Was ik maar weer gewoon thuis: op mijn eigen plek, waar ik hoor.

 

[#2] Sinds we als mensen uit het paradijs verdreven zijn, zijn we niet thuis.

Leven we niet meer in een volmaakte wereld. Kun je God niet zien.

We zijn mensen onderweg, en kunnen niet zo met God door de tuin lopen.  

Het volmaakte huis is verlaten, en er is afstand tussen God en ons.

Soms leef je je leven door, en merk je dat niet zo erg.

God? Ik kan ook wel zonder Hem. Heb ik Hem dan zo nodig?

Maar soms merk je juist heel goed dat we hier niet thuis zijn.

Dat je leegheid voelt en afvraagt waarom je hier eigenlijk leeft.  

Ik denk aan het verdriet om een overlijden.

Wat een verdriet; wat een gemis; wat een pijn.

De psalm zegt: mijn hart en mijn ziel schreeuwen om de levende God.

Zoals dat hert in Psalm 42 verlangt naar het water.

Met heel je lichaam voel je de pijn, het gaat tot in je botten.

Je wordt er koud van; de tranen rollen over je wangen.

Heer, laat me niet verkwijnen op mijn weg: niet vergaan.

Iedereen die zo wel eens stil gezet is, die niet begrijpt dat anderen zo doorleven,

dat de wereld om je heen verder gaat: die zal het herkennen.

Diep in mijn lijf is zo’n heimwee, zo’n blijvende schreeuw om de levende God.

[#3] Waar verlangt de dichter dan zo naar? Wat wil hij dan hebben?  

Ook al staat deze psalm niet tussen de liederen van pelgrims die naar Jeruzalem reizen,

de psalm lijkt wel heel erg op zo’n pelgrimspsalm.

In zijn tijd in Israël zei God: Ik wil wonen te midden van mijn volk.

Juist in Jeruzalem, op de plek van de tempel, wil Ik bij jullie zijn.

Daar mag je iets ervaren van mijn liefde, mijn rust, mijn zorg.

Juist daar wil Ik laten zien dat Ik er ben.

De dichter is jaloers op mensen die daar zomaar altijd kunnen zijn.

Die mogen wonen in het huis van God. De priesters en levieten.

Die hoeven niet onderweg, steeds kunnen ze zingen voor God.

Mooie liederen, goede muziek, hemels klinkt het. Zo dicht bij het allerheiligste.

Hij is zelfs jaloers op de vogels die ook een plekje krijgen in de tempel.

Zelfs de mus vindt een huis, de zwaluw legt haar jongen neer.

Die bouwt daar een nest voor z’n jongen zo onder de rand van het tempeldak.

Wat is een musje waard: zo’n klein vogeltje, zo klein en kwetsbaar.

Je koopt er twee voor een duit, en bij vijf krijg je korting: die krijg je voor twee duiten.

Wat is de mens dat God aan hem denkt? Toch mag de mus wonen bij God.

Ook de zwaluw: die altijd snel is. Lange reizen maakt.

Vliegt over de akkers. Hij is thuis bij God.

Jezus leert ons: jullie zijn veel kostbaarder dan die vogels. Al je haren zijn geteld.

Ik zal voor je zorgen, er zal je niets overkomen zonder de wil van de hemelse Vader.

Als zelfs een musje mag wonen bij God, en de zwaluw er zijn huis bouwt.

Dan mag jij als mens zeker bij God komen. Je geliefd weten

Hoe je ook bent: snel of langzaam, blij of verdrietig, jong of oud, je mag je thuis weten.

Bij wie? Bij de Heer van de hemelse machten, mijn koning, mijn God.

Hij die alle macht heeft, die het kwaad zal overwinnen, die je echt kan beschermen.

Daar ben je thuis, niet alleen omdat het er goed en vertrouwd is,

maar vooral omdat je dan bij God mag zijn. Bij je Vader, de machtige koning.  

 

[#4] Maar goed, dat is mooi. Dat is hemels. Dat doet denken aan het nieuwe Jeruzalem.

Eeuwig met God leven, dichtbij Hem zijn. Nooit meer tranen, nooit meer pijn.

Maar de dichter is er nog niet … hij is onderweg, hij is een pelgrim.

Zoals wij zijn als een stoet van pelgrims die onderweg zijn.

Wie wel eens op vakantie is geweest, die weet hoe lang een reis soms kan duren.

Je wilt ergens komen, maar soms is het heet, of … het is juist glad en er ligt sneeuw.

Je zit niet meer lekker, er is file, vertraging, het gaat niet zoals jij hoopte.

Zo is het leven een reis voor iedereen: het spelende kind, de ontdekkende jongere,

de werkende volwassene, een zorgzame ouder, een vijftig plusser en een oudere.

Allemaal zijn we onderweg, een lange stoet van mensen, soms sterk, soms zwak.

Op weg … op weg naar de dag dat we God zullen ontmoeten. Op weg naar Sion.

Naar het hemelse huis.

Als alles mooi loopt, denk je: dat gaat goed, je geniet ervan, het gaat voor de wind.

Maar de dichter ziet die stoet pelgrims ook en zegt: Soms zit het tegen.  

Soms moeten ze door een dal van droogte, door het dorre-bomendal.

Een jammerdal, vol van tranen. Van tegenslag. Van moeite. Van tegenslag.

Dat kan ieder overkomen: tranen omdat je niet thuis voelt in de klas.

Omdat je geen goede vriend heb bij wie kan logeren. Tranen om ziekte.

Doe ik wel goede studie? Hou ik dit wel vol? Zorgen om een relatie.

Zorgen om een kind. Verdriet om overlijden.  

Voor ieder is het leven wel eens: een dorre-bomendal.

 

[#5] Zegt God dan: hou maar vol, en aan het eind wacht mijn huis?

Zorg dat je nu maar sterk bent en dat je er komt?

Het bijzondere van Psalm 84 is dat God zegt, dat Hij niet pas aan het eind,

maar ook onderweg bij je wil zijn. Want wat lezen we:

Gaan ze door een dal van dorheid, u verandert het in een oase.

Rijke zegen daalt als regen neer!

Hier, nu, in dit leven wil God al hulp, uitkomst, kracht en verandering geven.

Hij zegt ik zal er zijn: ik zal over jou mijn vleugels spreiden, ik zal je dragen.

Hij geeft zijn zegen: die is als een regen waardoor dat dorre dal verandert in een oase.

 

[#6] Wat wil dat zeggen? Een oase? Dat is een plek in de woestijn waar bomen groeien.

Waar het groen is, waar schaduw is, waar de schitterendste bloemen bloeien.  

Hoe kan dat? Waarom is het daar zo anders? Dat komt omdat daar een bron staat.

Een bron met water, zodat je je dorst kan lessen, zodat er beschutting komt door bomen.

Er is nu geen tempel meer, we zijn nog niet in het hemels Jeruzalem.

Maar eens stond in de tempel in Jeruzalem Jezus Christus.

Hij zei: Ik ben die bron van levend water.

Kom tot mij, drink van het water om niets. En stromen van levend water zullen uit je stromen.

Wie hier in dit leven Jezus Christus ontdekt, die heeft een bron gevonden.

Die mag daar uit putten elke dag weer. Die mag eten van het brood en drinken van de wijn.

Wat laat ik daarom Psalm 84 graag zingen bij het avondmaal:

Van kracht tot kracht gaan zij steeds voort, het oog gericht op Sions oord.

Die kracht die God steeds weer wil geven, ontvang je door Jezus Christus.

Hij is de redder en verlosser, die naar de wereld is gekomen. Hij is de bron van leven!

Leven bij de Bron: dat is ons jaarthema. Wat hebben we dat deze weken juist hard nodig!

Wat is het fijn als je drinkt van het levend water.

Als je niet meer kunt, dat God dan je rusteloze hart mag troosten.

Dat zijn aanwezigheid je diepste vreugde geeft: het levend water, een bron in de woestijn

Dat dan de vrede je hart mag vervullen, en dat Jezus je kracht mag zijn.

 

[#7] Daarmee wil ik niet zeggen dat wie gelooft geen verdriet meer hoeft te kennen.

Als kind kun je net zo goed heimwee voelen, ook al weet je dat Jezus de goede herder is.

Ook al geloof je dat God er is: je mist net zo hard de ander in je huis, bij de koffie, je voelt je alleen.

Wie gelovig is kan ook in een doolhof van vragen terecht komen en het niet begrijpen.

Dat je er niet aan wilt, boos bent, moet vechten, neerslachtig wordt.

Dat je kwaad bent om onrecht. Niet begrijpt waarom jij geen relatie hebt.

Geen vader of moeder mocht worden. Jij geen veilig thuis hebt waar je op kan groeien.

Of gewoon dat baalgevoel hebt diep van binnen omdat de dingen niet gaan zoals jij wilt.

Zo zijn we allemaal gewone mensen hier op deze aardkloot.

Kun je het wel eens heel hard roepen: Hoor toch mijn klacht, hoor mijn gebed!

 

[#7] Toch wil de psalm je aanmoedigen om door te gaan.

Om onbevangen om weg te gaan. Om niet bij de pakken neer te blijven zitten.

De psalm zegt: gelukkig wie op de Heer vertrouwt.

Dat je mag geloven, in de moeite, in de zorgen, in het verdriet … is God erbij.

Hij is een zon, die licht, warmte en kracht wil geven.

Hij is een schild, die wil beschermen in gevaar.

Hij wil met je mee gaan onderweg. Op weg naar Sion als we echt thuis zullen zijn.

En laat ik nog in deze praktische maand drie tips mogen geven, die je kunnen helpen:

Het is eerste is dat ik geloof dat je je vertrouwen om op weg te gaan kunt inzingen.

Liederen kunnen je helpen om te leven bij de bron. Om Jezus in je hart te laten komen.

Om nieuw kracht te ontvangen. Maak daar tijd voor, alleen en samen.

Het helpt je om krachtig te zijn, vol moed in het leven te staan.

Het verbindt en help om verschillen te overbruggen. Samen zeggen: wat hou ik van Uw huis.

Het tweede is dat de dichter zegt: ik ben liever op de drempel van de tempel, liever in de voorhof,

dan te zijn op een duistere plaats. Er zijn duistere plaatsen, er zijn ook dingen die niet helpen.

Pas op voor oneerlijkheid, leugen, drank, egoïsme, bedrog, leegheid.

Leven bij de bron betekent ook: niet leven op de brede weg,

waar het verdriet weggelachen of weggedronken wordt.

Waar liefde voor God en de naaste uit het oog verdwijnen. Met God verbonden blijven!

Het derde is: ga met elkaar op weg. Wie een lange reis maakt, wie pelgrim is, kan het niet alleen.

God heeft ons aan elkaar gegeven. Ieder is weer ergens anders goed in, heeft andere gaven.

Als we zelf even niet kunnen, willen anderen helpen.  

We zoeken elkaar op, we gaan met elkaar zingen.

Blijf niet thuis, alleen, maar we hebben elkaar nodig. Heel hard nodig, juist in deze weken.

Laten we om elkaar heen staan, en samen op weg gaan. Op weg naar het grote einddoel.

Naar die lichtstad met de paarlen poorten,

Waar eens de pelgrims komen uit de zandwoestijn.

Waar je uiteindelijk mag rusten van je werken.

Bij de springende woestijn.

Dan mag je de Heer ontmoeten en luisteren naar zijn liefdesstem.

Voor eeuwig wonen in zijn huis. Dan zal er vrede zijn. Nooit meer heimwee, maar altijd thuis. Amen