Jeremia 1 - Geroepen tussen hoop en wanhoop, om tot zegen te zijn!

Preek gehouden Heemse, 18 februari 2024

1e zondag 40-dagen tijd

 

Geliefde gemeente,

[#1] Gaat het me wel lukken? Kan ik het wel?

Jasper is gevraagd om voor vereniging iets voor te bereiden over de Heilige Geest.  

Hij zit achter zijn bureautje en het scherm is leeg. Waar kan ik vinden wat ik moet zeggen?  

Wat zullen ze ervan vinden? Wat zal Pieter, die altijd zo’n grote mond heeft, ervan zeggen?

Hij vindt een paar stukjes uit de bijbel, over hoe de Geest kracht geeft en bedenkt een quiz.

Maar als hij erheen fiets, voelt hij het zweet in zijn handen staan en zijn hart kloppen.

Kan hij dit wel? Gaat mij dit wel lukken?

 

Als je ergens voor gevraagd wordt, als je iet moet gaan doen, kan het heel spannend zijn.

Je slaapt er slecht van; je denkt: ik ben te jong, ik ben niet zo’n prater, dit lukt me niet.

Mensen zullen mij wel niet goed genoeg vinden. Het levert soms vragen en stress op.

Ik luisterde naar een liedje van casting crowns: waarom hebt u mij uitgekozen?

Mij, een noboby, die als laatste bleef staan als er gekozen werd voor het sporten.

Mij, om wie als ik wat zei, het nooit serieus genomen werd.

Uitkomen voor Jezus, of het nu gaat over bij je collega’s; een opening bij een vergadering;

bij je klasgenoten; over een taak in de kerk; een gebed bij een bijeenkomst.

Uitkomen voor die boodschap dat je meer geliefd bent dan ooit gedacht: het kan spannend zijn!

 

[#2] Jezus aan het begin van zijn optreden, lazen we bij Marcus.  

Hij werd geboren, groeide op als jongetje bij Maria en Jozef, leerde over God.

Hij moet eraan beginnen: voor Hem zou het helemaal moeilijk worden!

Ze zullen Hem haten, bestrijden, gevangen nemen, en tenslotte kruisigen.

Hoe kan Hij dit doen? In Getsemane worstelt Hij met die vragen.

Hij vraag in de tuin van de pijn: neem deze beker weg!

Laat Mij deze weg niet hoeven gaan!

Tegelijk roept Hij zelf ook anderen: zijn leerlingen Simon, Andreas, Jakobus en Johannes.

Kom volg mij! Jullie zijn vissers, maar ik wil je vissers van mensen maken.

Je krijgt een taak in mijn nieuwe rijk om het goede nieuws te vertellen.

Wat een verandering, wat een onzekere toekomst, weg bij hun vertrouwde omgeving.

Ze laten hun netten liggen en gaan achter Hem aan.

Twaalf mensen zonder opleiding die het nieuws van Jezus gaan vertellen.

De bijbel staat vol met verhalen van mensen die een bijzondere opdracht krijgen.

Maar steeds wordt duidelijk dat het mensen zijn: mensen die zwak zijn, niet alles overzien.

Abraham moet een onzekere reis gaan maken naar een ver land.

David heeft alleen een steen, in plaats van een zwaard tegen Goliath.

Mozes zegt: ik ben niet zo’n spreker, stuur maar iemand anders naar Farao. Hij heeft podiumangst.

[#3] En dan Jeremia, op wie we komende tijd zullen letten, Jeremia tussen hoop en wanhoop.

Profeet tegen wil en dank.

Jeremia zei: ik ben te jong. Een jonge man, nog geen 20 jaar. Moet hij Gods woord vertellen?

Hij werpt het God tegen: hoe moet ik dat doen? Hij denkt aan de koning, de machthebbers,

De mensen die zonder God willen leven. Mensen die opgaan in een leven van zonde.

Hoe moet hij daar iets van zeggen? Wie is hij?

Waar hij bang voor is komt later uit: hij wordt bespot, de mensen zijn hem zat.

Ze willen hem doden, gooien hem in een kerker, lokken hem in een val.

Juist bij Jeremia lezen we in zijn belijdenissen hoe hij ermee worstelt. Je kijkt recht in zijn hart!

Was ik maar nooit geboren … was ik maar nooit geroepen .. ik bezwijk onder dit werk.

Het thema van deze veertigdagen tijd is ‘tussen hoop en wanhoop’. Hier proef je wel de wanhoop!

Wat lijkt dit op Jezus, die ook moet gaan lijden. Als Hij vraagt: wie denken de mensen dat ik ben?

Dan zeggen sommigen. U bent Jeremia. Het lijkt wel of Jeremia is teruggekomen!

 

[#4] Hoe moet je hier nu mee omgaan? Hoe kan je toch iets doen? Wat neemt de wanhoop weg?

A. Richt je niet op mensen, maar op God. 

Het eerste wat God tegen Jeremia zegt is: zeg niet ik ben te jong. Spreek mijn woorden, ga op weg!

De eerste vraag is of je je laat leiden door mensen, door angst voor mensen, door meningen.

Of laat je je leiden door God? Vouw je je handen, open je je hart, laat je God spreken?

Neem je de tijd om biddend Gods ogen over je leven te laten gaan. Of laat je je leiden door mensen?

Wanneer Jezus in de Jordaan stapt voor de doop: spreekt zijn Vader over Hem.

De hemel gaat open! Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik mijn vreugde.

God geeft Jezus hoop. Hij wil jou ook helpen om dat te horen. ‘Richt je op mij!’ zegt God

Jij mag Gods kind zijn. Zodat je zegt: Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe!

B. Vraag God om kracht 

God zegt ook tegen Jeremia: ‘Ik maak je tot een vestingstad en een ijzeren zuil.

Tot een bronzen muur. Ze bestrijden je, maar zullen niet overwinnen.

Ik zal je terzijde staan. Enorme stevige taal van God!

Met ons rustige, vredige leven hier in Europa (hoe lang zal dat nog duren?),

zegt het ons misschien niet zoveel. Maar als er sluipschutters in de straten liggen,

bommen vallen, vijanden meedogenloos moorden, verkrachten en plunderen.

Dan ben je wel blij met een stadsmuur die bescherming biedt.

Zo zegt God: Ik ben je om je heen als een stevige muur. Ik bied je bescherming, Jeremia.

Mensen zullen je wel angstig maken, maar Ik zal hen wegsturen.

Wanneer je biddend gaat, in Gods naam, sterk in zijn kracht, belooft God je te helpen.

Om dappere keuzes te maken, om stand te houden, om lef te tonen.

Gods woorden geven hoop in de wanhoop.

C. Luister naar Gods woord 

Jeremia ontvangt een teken ter bevestiging, om hem duidelijkheid te geven:

Zoek jij zo bij God, in de bijbel, in je leven naar een teken?

Een teken dat jou helpt om te ontdekken wat God van je vraagt?

God zegt niet alleen dat Hij wil helpen. Hij strekt ook zijn hand uit naar Jeremia.

Hij raakt zijn mond aan en zegt: hiermee leg Ik mijn woorden in jouw mond.

Jeremia komt niet met zijn eigen verhaal, maar hij is geroepen door God.

Hij spreekt woorden van God, die mag hij doorgeven.

Als je echt open de bijbel luistert, zal God in je leven spreken en tekenen geven.

Wanneer je Bijbelstudie doet of als je in de kerk luistert.

Het zijn Gods woorden, het is Gods Geest die daarin spreekt en je wil leiden.

Jasper bij de inleiding, een bezoeker om te bemoedigen, een predikant om te spreken.

Ben je bereid om die stem van God te horen, om je bijbel te openen om je echt te laten leiden?

 

[#5] Maar, zeg je misschien, ik ben Jeremia niet. Ik heb geen hand van God op mijn mond gevoeld.

Ik ben zeker Jezus niet, die de zoon van God was, die de Heilige Geest kreeg bij de doop.

Toch komt de stem van Jezus ook op jou af! Ik ben heel de weg gegaan.

Ik wil vrede brengen door mijn kruis. Ik heb het kwaad overwonnen. Ik wil hoop geven.

Volg mij na! Zo sprak hij tegen Simon, Andreas, Jakobus en Johannes.

Hij riep hen en zei: Volg mij! Ze waren net bezig met hun netten, hadden genoeg te doen.

Maar ze lieten hun spullen liggen, en trokken met Jezus door het land met het goede nieuws.

Ja, maar ik ben ook Simon niet, en Johannes niet…

Toch roept Jezus jou, om achter Hem aan te gaan.

Hoe en waartoe? Ik hoop dat je die vraag eerlijk aan God stelt.

Niet iedereen wordt tot hetzelfde geroepen, ontdek je eigen roeping!

Jasper werd geroepen voor een inleiding vereniging, ik geloof in mijn roeping als dominee,

Een ander wordt geroepen voor die vluchteling, voor die alphacursus, voor een roeping in de kerk.

Voor jeugdwerk, kosters werk, financieel werk, vrijwilligers werk, in de kringloopwinkel.  

Hoe en waartoe roept Jezus jou? Ik hoop dat je steeds weer biddend die vraag stelt!

/Misschien zeg je: het klinkt wel vroom dat God kracht geeft en helpt, maar ik kan het echt niet.

Ik geloof in wonderen: dat mensen met bijzondere gaven opeens boeiend kunnen spreken.

Maar niet iedereen kan zomaar alles.  

Maar God geeft ook middelen: Jezus moest zelf veertig dagen en nachten in de woestijn zijn.

Hij at en dronk niet, Hij werd aangevochten door de duivel. God bereidde hem voor op zijn taak.

Wij beginnen aan de veertigdagen tijd. Een periode van inkeer, van achter Jezus aan gaan.

Van bezinning en je richten op wat God van je vraagt. Dat je anderen tot zegen kan zijn.

Maar ik hoop ook dat je je daarvoor laat opleiden, daarin groeit, daarin keuzes maakt.

Volgeling van Jezus zijn betekent leerling zijn. Het is niet klaar als je belijdenis hebt gedaan.

Laat je steeds vormen, leer steeds opnieuw, groei in je geloof, word volwassen christen!

Zodat de gaven die je hebt niet onder de grond blijven, maar ontwikkeld worden.

[#6] Tussen wanhoop en hoop. Jeremia wordt geroepen als het bar slecht gaat met het volk.

Een hete pot olie krijgt hij te zien, die overhelt, leegstroomt en verwoesting brengt.

De maat is vol voor God en de vijand zal plunderend uit het noorden komen.

Hij moet een boodschap vertellen van verwoesting, uitrukken, vernietigen en afbreken.

Het is niet makkelijk, en soms als je negatief bent, lijkt het zo soms wel met deze wereld.

Maar God zegt ook: daarna mag je vertellen over opbouwen, planten.

Omdat Jezus de vernietiging, het lijden, de dood op zich genomen heeft komt er een nieuw begin.

Daarom laat God ook een amandeltwijg zien aan de amandelboom: de boom die als eerst bloeit.

Een twijg die uitloopt, roze wordt, de schitterendste bloesem geeft.

Alles lijkt nog winters, doods en stil. Maar er komt een nieuw begin.

Als je komende weken de eerste bloesems ziet, denk daar dan maar aan.

God geeft een toekomst vol van hoop, zijn plan staat vast. Hij maakt een nieuw begin.

Niet zonder jou, maar met jou: jij mag daarin meebouwen met zijn rijk!

Hij roept je, op jou plek, met jouw gaven, Hij zal je helpen en tot zegen doen zijn! Amen